Geschiedenis van de Vlaamse Rugby Bond
De officiële oprichting van de VRB was op 26 januari 1978. Het was toen dat de statuten van de VRB vermeld waren in het Belgische staatsblad. Volgens het driemaandelijks tijdschrift van de VRB was de oprichting van een rugby federatie in Vlaanderen noodzakelijk vanwege het decreet van 10 mei 1977. Dat luidde als volgt:
“Alle sport- en openluchtverenigingen die zich in de 3 Vlaamse landsgedeelten en in het arrondissement Halle-Vilvoorde bevinden, moeten zich per discipline samenvoegen onder een Vlaams federaal orgaan, of anders… geen geld van BLOSO.”
Dit was de reden waarom de drie Vlaamse ploegen een bijkomst organiseerden ten huize Wim Scheers om een federatie te stichten. In totaal waren de stichters met zes: Theo Geuns van Bree, Walter Overdeput van Gent, Wim Scheers van Antwerpen, Albert Volverts van Bree, Wilfried Van Elsen van Antwerpen en Chris Verstockt van Gent. Op 13 december 1977 werden deze laatste twee afgevaardigd om voor de erkenningscommissie van BLOSO te verschijnen. Na reeds een gesprek van vier minuten zouden zij de steun van de commissie gekregen hebben. De structuur en de taken van de VRB werden vastgelegd in het decreet van 2 maart 1977, behoudende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de landelijke georganiseerde sportvereniging. Het officiële adres was ten huize Wim Scheers. De zes stichters van de VRB kregen allen een functie. W. Overdeput werd voorzitter, A. Volverts werd secretaris en de overige stichters kregen de taak van beheerder. Maar met de aansluiting van Brussels British in 1978 wijzigde het ledenaantal van de VRB .
Het Vlaamse rugby telde vanaf de splitsing welgeteld 3 clubs en één universitaire ploeg te weten: DB Antwerpen, Ghent RFC, RC Bree en KUL Leuven (VRB 1978). Maar datzelfde jaar sloot ook Brussels British aan en nog geen jaar later werd rugbyclub Dendermonde heropgericht waardoor de teller al op zes stond. Er kwam zelfs een tweede rugbyclub in de Limburg, namelijk RC Hasselt maar deze club heeft niet lang bestaan. Al sinds de oprichting van de VRB werd er door de Vlaamse clubs gestreden voor de beker van Vlaanderen . Eind de jaren 1978 begon de VRB met de aankoop van materiaal voor de Vlaamse Selectie, dit zouden de spelers zijn van verschillende Vlaamse ploegen die door hun trainers werden aangewezen. De Vlaamse Selectie zou elk jaar hebben bestaan maar verdween begin 2000. in 2003 werd ze herstart maar verdween nadien opnieuw. Momenteel is de VRB bezig om de Vlaamse Selectie of de Vlaamse Reus opnieuw te herstarten. Het moet gezegd worden dat vanaf de splitsing het rugby in Vlaanderen tot bloei kwam. In de jaren ‘80 werden er door afgestudeerde KU Leuven studenten een aantal nieuwe clubs opgericht. Als eerste in de rij werd RC Laakdaal opgericht, later ook RC Leuven. RC Arendonck werd eveneens gesticht door studenten die van de KUL en de RUG kwamen. In de jaren 80 werden ook clubs zoals Kalmthout (The Rabbits), Overijse en Beernem in het leven geroepen. Maar Overijse (gesticht door Sébastian de Reat) en Kalmthout stopten begin de jaren 90’, Beernem heeft slechts kort bestaan. RC Eeklo behoorde eigenlijk ook in dat rijtje maar deze club werd later heropgericht. Tenslotte werd de provincie Antwerpen nog een rugbyclub rijker wanneer Alex Michiels in 1981 de Bricks oprichtte. Deze trend bleef zich aanhouden in de jaren 90, zoals in hoofdstuk II zal blijken. Einde 2002 telde de VRB al 20 aangesloten clubs Het aantal rugbyclubs groeide wel in Vlaanderen maar het niveau bleef in vergelijking met Wallonië ondermaats. in 1983 was er nog geen Vlaamse ploeg te bespeuren in de hoogste afdeling (de competitie bestond toen uit vier afdelingen). Daar kwam het jaar erop verandering in wanneer Rubes, met als uitblinker Hugo Ceulemans, debuteerde in de hoogste afdeling (Van Cauwelaert 1983). Later zou ook Dendermonde RC doorstoten naar de hoogste regionen. In 1988 begon Frans Van Der Veken met de stichting van zijn eerste schoolploeg in het college van Melle, The Greds genaamd (figuur 52). Het moet wel gezegd worden dat dit initiatief volledig van Frans Van Der Veken kwam en dat de VRB hier niet bij kwam kijken. In het begin speelde Melle tegen Waalse en Brusselse scholen aangezien er nog geen enkele schoolploeg was in Vlaanderen. Maar het was de bedoeling van Van Der Veken om in de buurt van Melle nog meer scholenploegen op te richten om zo de verre verplaatsingen te vermijden en dat lukte hem ook. Er werd een tweede schoolploeg gesticht aan de abdijschool Zevenkerken te Loppem. Daarna volgde in sneltempo ook Waregem, Torhout, Dendermonde, Oudenaarde, het atheneum Wispelberge in Gent en het St-Lievens college in Gent. Frans Van Der Veken ging telkens op dezelfde manier te werk. Hij probeerde zowel het hoofd van de school als de leerkrachten L.O. te overtuigen om een rugbyteam binnen hun school te vormen. Zijn internationale ervaring als verkoper in de textielindustrie kwam hem in dit geval aardig van pas. Van Der Veken ging daarbij bovendien geregeld training geven in de scholen maar alles alleen doen was onmogelijk. Zo verdwenen Waregem en Torhout door een gebrekkige ondersteuning. In 1992 richtte Van Der Veken voor deze kostscholen een onderlinge scholencompetitie op. Hij liet daarvoor speciale een trofee maken die sindsdien elk jaar wordt overhandigd aan de winnaar van de Vlaamse scholencompetitie.
Drie seizoenen geleden is de competitie tussen de scholen nog eens uitgebreid naar heel België. De beste Vlaamse schoolploegen nemen het sindsdien op tegen de beste Waalse schoolploegen. Ook de VRB deed pogingen om het rugby bij de scholen te integreren. Al verschillen deze methodes van deze van F. Van Der Veken. Zo werd er door de VRB in de tweede helft van de jaren ‘90 veel aandacht besteed aan de promotie van het rugby in de middelbare scholen van de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen. In 2000 trok de VRB deze lijn door naar de provincie Limburg. In dat jaar werden er zes scholentornooien georganiseerd door de VRB. In 2004 was dit aantal al opgelopen tot acht. Eveneens in 2000 werd de wereldbeker sevens voor schoolploegen voor de eerste maal georganiseerd in Duinkerken. De school van Zevenkerken werd geselecteerd om er aan deel te nemen. De voorbereiding van drie maanden werd begeleid door Gert Van Looy in samenwerking met SVS. Desondanks de voorbereiding werden alle wedstrijden verloren met uitzondering van één gelijkspel tegen Zweden (Rugby 2000a (10): 8-9). In de jaren ‘90 waren er tal van nieuwe ontwikkelingen bij de VRB, we gaan ze hier chronologisch af: om hun aangesloten leden beter op de hoogte te brengen van de rugbyactiviteiten in Vlaanderen begon de VRB in 1990 met de uitgave van “Rugby”, hun officiële tijdschrift. Daarvoor werden er ook al tijdschriften uitgegeven maar dan zonder naam en regelmaat. De bedoeling was om het tijdschrift vijf maal per jaar uit te geven, in realiteit kwam men eerder op een gemiddelde van drie à vier per jaar (Rugby 1990: 1). In 1992 deed de VRB een inspanning om het aantal gediplomeerde trainers in Vlaanderen te verhogen. In samenwerking met VTS (Vlaamse Trainer School) werd er gestart met de kaderopleidingen om toekomstige gediplomeerde trainers af te leveren. Sindsdien is er elk jaar een trainercursus doorgegaan waaronder 2 trainer B en 1 trainer A cursus. In 1993 besliste de VRB na een hernieuwde erkenning door BLOSO om een voltijdse medewerker in dienst te nemen. Deze medewerker was Gert Van Looy (licentiaat LO en speler bij de nationale ploeg). Hij had als voornaamste taak om het rugby in Vlaanderen te promoten. Dit was tegelijk ook de start van een permanent secretariaat (VRB Ca. 1993: 1-4). In 1995 verhuisde het secretariaat van de VRB naar Berchem, provincie Antwerpen in het ‘huis van de sport’ (Rugby 1995a: 2). Dignate Schot was de eerste secretaresse die door de VRB in 1996 werd aangenomen. Nu nog is zij een belangrijke hoeksteen van de administratie en het competitiebeheer. Als derde personeelslid werd Eric Willemsens (nu Afgevaardigd Bestuurder en Bestuurder VRB en BRB) aangetrokken om de financiële draagkracht te verhogen en de subsidie en sponsor dossiers naar een hoger niveau te tillen. Dit resulteerde in 5 personeelsleden en een begroting (in evenwicht) die 4 maal groter is in 2008. Nieuwe technieken werden ingevoerd uit het bedrijfsleven zoals een VRB Website, e-mail, een beleidsplan voor de volgende vier jaar en integrale kwaliteitsplanning zodat de VRB een stevige administratieve structuur kreeg. Van 26 tot 30 augustus 1996 organiseerde de VRB in samenwerking met Sporta een eerste rugbykamp te Den Haan. Het kamp was bedoeld voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Per dag was er 4 uur rugbytraining voorzien, de rest van de tijd werd afgewisseld met andere sporten (Rugby 1996a: 3.). Sindsdien worden deze kampen jaarlijks aangeboden. Datzelfde jaar, ook aan de zee, werd er door Eric Willemsens en Gert Van Looy voor de eerste keer een strandrugby toernooi georganiseerd. Dit was een instant succes met 30 ploegen ingeschreven. In 2005 werd dit toernooi uitgebreid over twee dagen en werden er meer internationale ploegen aangetrokken. In 2007 schreven 64 ploegen in waaronder 20 dames ploegen. In 2000 werd voor de tweede maal op rij het Vlaams sevens kampioenschap georganiseerd te Eeklo. Er kwamen negen ploegen opdagen waarvan een ploeg uit Nederland (dit was Arhnem die op toer waren in België). Het kampioenschap werd voor de tweede maal gewonnen door Dendermonde RC (Rugby 2000a (10): 20).
De spelersevolutie vanaf 1990
Vanaf het jaar 1990 tot 2005 is het aantal spelers toegenomen. Er zijn twee trends op te merken waarbij de stijging groter is. De eerste trend is tussen 1995 en 1999 en is te wijten aan het ontstaan van vijf nieuwe clubs in Vlaanderen. De tweede trend is tussen 2002 en 2005. Ook hier heeft de stijging te maken met de komst van drie nieuwe clubs. Onrechtstreeks zijn deze trends verwant met het jeugdbeleid dat gevoerd is na 1988. Zo zijn RC Curtrycke, RC Oudenaarde en de Brugsche RC allemaal opgericht door spelers die uit de scholencompetitie van Frans Van Der Veken kwamen. Dankzij deze scholencompetitie zijn de eerste rugbyclubs in de provincie West-Vlaanderen ontstaan. Momenteel zijn er iets meer dan 2500 aangesloten rugbyspelers in Vlaanderen. Vooral het aantal jeugdspelers is de laatste jaren sterk toegenomen van een 150-tal in 1991 tot 1350 in 2008. Dit is te danken aan de samenwerking van de clubs en de VRB rond een jeugdsport programma dat in 1999 van start ging met de financiële steun van Bloso en de volgehouden inspanningen van bijna alle Vlaamse clubs om de jeugdcategorieën steeds verder uit te bouwen.